Varia

Indexering van alimentatie
Bestaande alimentatieverplichtingen worden jaarlijks van rechtswege geïndexeerd. Dat betekent dat de hoogte van het alimentatiebedrag wordt gewijzigd met een door de overheid bepaald percentage. Een alimentatieplichtige is de verhoging verschuldigd zonder dat er door de alimentatiegerechtigde om hoeft te worden gevraagd.
Per 1 januari 2012 werden bestaande alimentatieverplichtingen verhoogd met 1,3%, per 1 januari 2013 was dat 1,7%, per 1 januari 2014 was dat 0,9%, per 1 januari 2015 was dat 0,8%, per 1 januari 2016 was dat 1,3%, per 1 januari 2017 was dat 2,1% en per 1 januari 2018 bedraagt de indexering 1,5%.
Wanneer u denkt dat uw recht op alimentatie of uw betalingsplicht gewijzigd zou moeten worden, kunt u contact met ons opnemen. Wij zijn u graag van dienst.

Nieuwe regels voor de snelle e-bike of speed pedelec
Per 1 januari 2017 valt de ‘speed pedelec’ of ‘high speed e-bike’ in de categorie bromfietsen. We hebben het niet over de gewone elektrische fiets, maar over de snelle elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 km per uur. U moet er een geldig rijbewijs voor hebben en de speed pedelec moet verzekerd zijn en voorzien zijn van een geel bromfietskenteken. Tot 1 juni 2017 kan het blauwe snorfietskenteken gratis worden omgezet. Er gelden nieuwe regels voor de snelheid en de plaats op de weg: binnen de bebouwde kom moet de speed pedelec op de rijbaan rijden met maximaal 45 km per uur en buiten de bebouwde kom geldt een maximum snelheid van 40 km per uur op het gecombineerde fiets- en bromfietspad. Een gewone fietshelm is niet langer voldoende en u moet een goedgekeurde helm dragen.

Wet bescherming erfgenamen per 1 september 2016
Het aanvaarden van een nalatenschap kan op twee manieren: zuiver of beneficiair.
Bij zuivere aanvaarding accepteert een erfgenaam de nalatenschap zonder enig voorbehoud. Zuiver aanvaarden kan door een verklaring ter griffie van de rechtbank, maar ook door een gedraging als erfgenaam of door het laten verlopen van een termijn. Na zuivere aanvaarding kan de erfgenaam vrij beschikken over de goederen van de nalatenschap, maar hij is wel aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap. Erfgenamen worden soms geconfronteerd met onverwachte schulden van de overledene en dat kan leiden tot grote problemen. Daarom regelt de wet per 1 september 2016 dat bijvoorbeeld het betalen van een rekening van de overledene of het opzeggen van de huur niet langer geldt als een gedraging die leidt tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap. Ook kan vanaf dan de erfgenaam die met een onverwachte schuld wordt geconfronteerd, de kantonrechter verzoeken om een schuld niet uit het eigen vermogen te hoeven voldoen, of om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden.
Bij beneficiaire aanvaarding is de erfgenaam alleen met geërfd vermogen aansprakelijk voor schulden van de nalatenschap. De erfgenaam moet de nalatenschap dan afwikkelen onder toezicht van de kantonrechter (‘vereffeningsprocedure’) en kan pas over de nalatenschap beschikken als alle schulden uit de nalatenschap zijn voldaan.
Wie geen risico wil lopen, kan een nalatenschap beneficiair aanvaarden of deze geheel verwerpen door een verklaring af te leggen bij de griffie van de rechtbank.

Belangrijke wijziging in de Huurtoeslag
Om in 2016 recht te hebben op Huurtoeslag, mag het vermogen per persoon in uw huishouden niet hoger zijn dan het heffingvrije vermogen van € 24.437. Voor toeslagpartners is dat € 48.874. Kijk voor meer informatie op de website van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl) en vergeet niet de toeslag stop te zetten als u er geen recht meer op heeft. Een flinke verlaging van de vermogensgrens raakt met name veel 65-plussers.

ZZP-er en bijstand
ZZP-ers die in de bijstand kwamen, moesten in 2015 nog eerst hun opgebouwde pensioen aanspreken voordat zij recht op bijstand kregen. Op grond van de op 21 november 2015 aangenomen wet tot wijziging van de Participatiewet, wordt het opgebouwde pensioenvermogen tot € 250.000,00 vrijgelaten. Voor menig ZZP-er ontstaat recht op een bijstandsuitkering. Een deel van het inkomen uit arbeid wordt niet verrekend met de bijstandsuitkering, zodat sprake kan zijn van een ‘aanvullende’ bijstandsuitkering.

Vrije advocaatkeuze voor mensen met een rechtsbijstandverzekering
De Hoge Raad heeft in 2014 geoordeeld dat iemand met een rechtsbijstandverzekering een recht op vrije keuze van een advocaat heeft; dat recht is niet afhankelijk van het besluit van de rechtsbijstandverzekeraar dat de zaak al dan niet door een externe advocaat zal worden behandeld. In die procedure ging het om een besluit van verzekeraar Das Rechtsbijstand die de zaak zelf wilde behandelen.
Omdat deze uitspraak werd gedaan op grond van Europese regelgeving (art. 4 van EG Richtlijn 87/344) over vrije advocaatkeuze, heeft de Hoge Raad voorafgaand aan dat oordeel vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof oordeelde dat een rechtsbijstandverzekering niet mag uitsluiten dat iemand zijn eigen advocaat kiest.
Vervolgens heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie op 7 april 2016 bepaald dat het recht op vrije advocaatkeuze ook geldt voor een ontslagprocedure bij het UWV en een bezwaarprocedure bij het CIZ. Het geldt dus ook voor bestuursrechtelijke procedures.
Het laatste woord over het recht op vrije advocaatkeuze zal nog niet gesproken zijn, omdat volgens de EG Richtlijn vrije advocaatkeuze reeds geldt ‘wanneer zich een belangenconflict voordoet’.

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ).
De WWZ heeft geleid tot grote veranderingen in het arbeidsrecht, met name in het ontslagrecht.
Belangrijke veranderingen zijn:
– na drie arbeidsovereenkomsten of na twee jaar loondienst krijgt de werknemer bij verlenging van de arbeidsovereenkomst een vast contract
– uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, moet de werknemer schriftelijk worden geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst
– voor ontslag om bedrijfseconomische redenen of bij langdurige arbeidsongeschiktheid moet toetsing door het UWV plaatsvinden, maar bij een andere ontslagreden moet die toetsing plaatsvinden door de kantonrechter; UWV en kantonrechter beoordelen de ontslagaanvraag volgens dezelfde criteria
– de ontslagvergoeding volgens de ‘kantonrechtersformule’ is vervangen door de transitievergoeding, die verschuldigd is bij beëindiging van een dienstverband dat tenminste 24 maanden heeft geduurd
– de werknemer heeft twee weken bedenktijd na ondertekening van een beëindigingsovereenkomst.
Vanaf 1 juli 2014 gelden al nieuwe regels voor tijdelijke arbeidscontracten.
In een arbeidscontract voor bepaalde tijd van zes maanden of minder mag geen proeftijd worden opgenomen. Ook in een aansluitend contract mag geen proeftijd worden opgenomen.
Een concurrentiebeding in een arbeidscontract voor bepaalde tijd is alleen nog mogelijk in bijzondere omstandigheden, zoals zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen die zo’n beding vereisen. Deze zwaarwichtige belangen moet de werkgever dan wel schriftelijk motiveren. Zonder deze motivering is het concurrentiebeding namelijk niet geldig.
Wanneer een tijdelijk arbeidscontract van zes maanden of langer bepaalt dat het contract automatisch eindigt, dan moet de werkgever uiterlijk één maand voor het einde van dat contract de werknemer schriftelijk informeren of het contract al dan niet wordt voorgezet. Doet de werkgever dit niet, dan is de sanctie één maandsalaris, die de werkgever extra moet uitbetalen.
Heeft u als werkgever of als werknemer een arbeidsconflict? Dan is het belangrijk zo snel mogelijk contact met ons op te nemen.

Kinderalimentatie
Per april 2013 is de wijze van berekening van kinderalimentatie flink gewijzigd.
Vanaf 1 januari 2015 mag de bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder, ten aanzien van de kosten van het kind, niet meer door de gemeente worden verhaald op de kinderalimentatieplichtige ouder, zo heeft de rechtbank Rotterdam op 2 september 2015 beslist. In de Participatiewet bestaat niet meer de bijstandsuitkering volgens de norm voor een eenoudergezin. Op grond van de ‘Wet hervorming kindregelingen’ wordt in de kosten van het kind voorzien door een kindgebonden budget inclusief een zogeheten alleenstaande-ouderkop, die door de Belastingdienst wordt uitbetaald. De rechtbank oordeelt dat de aan een alleenstaande ouder verstrekte bijstand niet ten behoeve van het kind strekt en dat die daarom niet mag worden verhaald. Inmiddels is zowel door de Centrale Raad van Beroep als door de Hoge Raad geoordeeld dat bijstand voor een alleenstaande ouder moet worden gezien als gezinsbijstand en dat ontvangen kinderalimentatie daarop volledig in mindering strekt. Ook in geval van een kind met een extra hoge behoefte aan alimentatie, kort de gemeente de volledige kinderalimentatie en deze komt dus niet bij het kind terecht.
Wanneer u denkt dat uw recht op alimentatie of uw betalingsplicht gewijzigd zou moeten worden, kunt u contact met ons opnemen. Wij zijn u graag van dienst.

Peildatum ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
Een huwelijkse gemeenschap van goederen wordt ontbonden op het moment dat een echtscheidingsverzoekschrift wordt ingediend bij de rechtbank. Wanneer het verzoekschrift per post is ingediend, geldt als tijdstip van indiening 9:00 uur ’s ochtends. Dat tijdstip kan van belang zijn wanneer bijvoorbeeld een van de scheidende echtgenoten met diens nieuwe partner een woning koopt, die hij buiten de huwelijksgemeenschap wil houden. Dat tijdstip geldt als de peildatum voor de vaststelling van de samenstelling en de omvang van de huwelijksgemeenschap.
De Hoge Raad heeft in een arrest van 20 december 2013 geoordeeld dat van dat wettelijk bepaalde tijdstip niet kan worden afgeweken, ook niet op grond van redelijkheid en billijkheid.

 

 

Volg ons op facebook